Eenvoudige bloemen veroveren makkelijk harten.
Het crème is een nieuw kleurtje voor een oude bekende.
Met de wilde vorm, zeldzaam in Limburg, werd traditioneel wol geverfd. Het aftreksel beschermt ook langdurig tegen houtworm.
De bloemen zijn een zomers genot.
Uit Nederland bij Monksilver Nursery aangekomen onder de naam 'E.C. Buxton' en omgedoopt vanwege haar afwijkende mayonaise kleur omdat de bloemen van zachtgeel naar bleker crème-wit verkleuren.
Donkergroen filigrein blad. Een lang bloeiende plant voor een niet te natte plaats. In de loop van de zomer kan de plant het beste wat worden terug geknipt anders bloeit ze zich soms dood.
Je kunt ze ook voor de vaas knippen.
Na dertig jaar focus op de meest bijzondere Aquilegia wordt het tijd voor een 'gewone'. De uitgeklede oprechte elegantie en kleur van deze wilde schoonheid zijn minstens even bruikbaar in je romantische tuin.
Liefst verwilderen ze op de overgang tussen zon en schaduw waar ze zich mengen met je vrouwenmantel of andere klassiekers.
Hoe spontaan durf je te tuinieren?
Gewone akelei maar, maar dan met zwarte bloemen met een witte kroon sierlijk aan bijzonder lange stelen.
De bloemen openen uit spitse donkere knoppen.
Veel te lang geleden weer dat we deze voor het laatst in ons sortiment hadden.
Er bestaan een aantal verschillende kleurvarianten van de oorspronkelijk rood en groen met witte 'Nora Barlow' die in de middeleeuwen al bekend was al 'Rose Columbine'. De groeiwijze is verder identiek. 'Black Barlow' is, voor een goed verstaander was het al duidelijk, de bijna zwarte versie, statig op hoge vertakkende stengels. De gevulde pompon bloemen zijn net roosjes.
Ze zijn gezaaid dus wel wat variabel.
Eindelijk een 'Black Rose'.
Ook zo'n heerlijke stevige voor de overgang tussen zon en schaduw.
De bloemen staan fier op de stevige stengels. De kleur is bijzonder bruikbaar.
Net als de rest een prima snijbloem.
De moeder van alle Barlow's.
Bekend in de middeleeuwen onder de toepasselijke naam: 'Rose Columbine' (Akelei roos). De pomponvormige gevulde bloem aan elegante lange stelen verkleurt van groen tot rood met wit.
Alle andere Barlow-akeleien werden hiervan afgeleid.
Een beminnelijke bloem uit de middeleeuwen.
Een compacte, traag groeiende selectie. Na 10 jaar is ze ongeveer 150 cm, uiteindelijk kan ze 250 cm worden.
De eetbare vruchten doen er een jaar over om rijp te worden. Daarom komen bloemen en vruchten tegelijk voor wat bijzonder sierlijk is.
Arbutus vraagt een wat beschutte standplaats op elke grond behalve natte klei.
Naast een inmiddels uit de hand lopende collectie vijgen ben ik nu ook begonnen Arbutus te verzamelen.
Ze zijn bladhoudend, rijk bloeiend en dragen lang hun sierlijke eetbare vruchten.
Hannie is een compacte cultivar, speciaal geselecteerd voor Noordwest Europa en is bij ons betrouwbaar vruchtdragend.
'Walter' blijft lager dan de wilde soort, maar groeit sneller dan de compacte selecties en wordt uiteindelijk 300 tot 350 cm hoog.
Deze vermoedelijk Nederlandse introductie is beter geschikt voor ons klimaat dan de wilde vorm.
Sinds een paar jaar spaar ik behalve vijgen ook Arbutus. Daar gaan we komende jaren de vruchten van plukken.