De witte vorm van de bij ons inheemse marjolein. Een kalkminnaar, en zonaanbidder uit het zuiden van het land.
Veel nuttige insecten hebben hier baat bij.
Gewone maar dan wit bloeiende marjolein. Wild gevonden in ons Limburgs land.
Dus zeer bijzonder.
Een sterk geurende en gepeperde oregano met lekker grijs blad.
Niet dus die zoete voor bij de pasta.
De smaak houdt het midden tussen bonenkruid en peper.
Verdraagt strenge vorst veel beter dan vocht.
Een van de makkelijkste boompioenen. De bloemen geuren heerlijk. De struik heeft een ruige vorm.
De enige Pioen die zich ook op zandgrond nog redt.
Omdat ze gezaaid worden kan de kleur van de bloemen variëren. Sommige exemplaren bloeien geel of warm oranje terra cotta.
In 1948 kwam Toichi Itoh uit Tokio op het lumineuze idee om stuifmeel van de kruidachtige Paeonia lactiflora 'Alice Harding' te gebruiken om er de Japanse boompioen 'Katoden' mee te bestuiven. Zo ontstond de fantastische intersectionele kruisingsreeks met boompioen blad en half-houtige stengels.
Ze blijven veel lager dan boompioenen en hebben vaak half gevulde bloemen in heerlijke kleuren.
De Japanse professor Itoh was de eerste die het lukte boompioenen te kruisen met kruidachtige. Deze types staan genetisch ver van elkaar, ze behoren tot verschillende secties. De takken zijn halfverhout en de plant vormt een lage statige struik.
Roger Anderson deed het kunstje van Itoh in 1986 na en kwam zo tot deze. De kleur verloopt van zuiverwit naar diep roze-rood in het hart van de semi dubbele bloem. Ze zijn uitstekend winterhard, traag groeiend maar zeer lang levend.